Wednesday, May 25, 2011
Introductie
De Engel de Straat en het Geluk
De Engel de Straat en het Geluk is een locatievoorstelling waarin de bewoners van een straat in Amsterdam Noord de hoofdrol spelen. Met De Engel de Straat en het Geluk laten wij een buitengewone avond in een gewone woonwijk zien. Een avond waarop de bewoners hun beleving van geluk uit huis op straat plaatsen. De buurt dient als coulisse voor een publiek dat op een rijdende tribune zit; de tribune beweegt door de straat met een constante snelheid van vier meter per minuut. De Engel de Straat en het Geluk is een tocht door de verhalen, fantasieën en dromen van de bewoners van Noord, een zoektocht naar ieders eigen momenten van geluk. In deze streetlife-enscenering van Anne Rooschüz (Blood for Roses) en Andreas Bachmair zijn mensen te zien die iets te zeggen hebben over de mooie momenten in hun alledaagse leven. Over zichzelf. Over de buurman. Of over wat je niet bent maar graag wilt zijn. Het privé-domein wordt openbaar gemaakt, de vier eigen muren worden doorbroken, het binnenste naar buiten gebracht. Zo ontstaat een transparant beeld van het persoonlijke. Soms worden verhalen verteld die het alledaagse ontstijgen. Soms zijn de verhalen misschien niet helemaal waar... En soms zijn er niet eens woorden voor nodig. Te zien blijft een vertaling in pure beweging of handeling.
Normaal gesproken is het nogal ergerniswekkend als mensen die er niets mee te maken hebben, zich in woord en beeld mengen in een locatievoorstelling. Maar voor Blood for Roses en Andreas Bachmair is het juist een zegen. Deze spontane bijdragen versterken de weergave van de kleurrijkheid en de levendigheid van Amsterdam Noord, die centraal staan in hun ‘De engel, de straat en het geluk’.
Schriftelijke reacties na afloop van ‘De engel, de straat en het geluk’
'Hartstikke goed zo een tijdelijk project! Ik heb de buurt zien opleven, ik heb mensen gezien die elkaar niet kenden en die door het stuk dingen met elkaar gingen doen, ik heb mensen leren kennen die ik anders nooit had ontmoet. In veel meer buurten zou zoiets kunnen gebeuren. Een antwoord op het integratievraagstuk?'
'Spannend en avontuurlijk, ook wel eens moeilijk, maar daar ga je dan met elkaar doorheen. Daarin hoef je niet alleen te staan. En dan die leuke reacties uit het publiek!'
(Rob Winkelmeijer, speler)
"Ik vond De engel, de straat en het geluk een spannend en afwisselend project waardoor ik nog meer mensen uit de buurt heb leren kennen. Met elkaar is dit stuk tot stand gekomen"
(Susanne van Mierlo, speler)
"???? He, is dat nou echt of is't toneel?"
"Dit is echt toneel"
" Ooo "
(Simone van Driel, speler)
'Door het tijdens de voorstelling in elkaar overlopen van gespeelde scènes en alledaagse realiteit laat het je als speler ook anders kijken naar de waarnemingen van jezelf van alledag'
(Dick Addens, speler)
“Ik vond het echt een hele leuke ervaring en ik ben heel erg blij dat ik mee heb kunnen spelen met het stuk. Het was weer eens iets anders dat was leuk. Verder heb ik niet zoveel toe te voegen ik hoop alleen dat zodra er weer een produktie plaatsvind dat jullie mijn nr nog weten.”
(Diego Tauwnaar, speler)
Langzaam rijd de tribune door de straat en ik loop mee. Ik zie een paar opgeschoten jongens tegen een muur staan kijken naar het stuk, één van hen maant twee kleine meisjes op fietsen tot stilte en plukt daarna een jongetje dat met open mond naar de spelers kijkt net op tijd voor de tribune vandaan. Ik zie de dames die elke avond op dezelfde hoek zitten te kijken en te kletsen. Ze leggen nieuwsgierige buurtbewoners uit wat er allemaal gebeurt op het Gentiaanplein. Overal op het plein gebeurt wel iets. Eén van de vrouwen die elke avond aanwezig is en ook figurant is in het stuk zegt na de voorstelling tegen me: "Het zal hier wel stil worden als jullie weg zijn, ik zal het missen."
(Maaike Bergstra, tekstschrijver)
Happy Noord is een uniek project waar realiteit en fictie in elkaar oplost, waar emotie en mens zijn uitblinkt. Een project dat ontroerd en vreemden bij elkaar brengt en dat alles bekeken door het oog van een veilige op afstand rijdende tribune. Super !
(Nathalie Bruys, geluidskunstenaress)
- Ik blijf nieuwsgierig, elke voorstelling weer: het stuk is zo'n goed opgezet locatietheater dat het plek blijft bieden aan toevallige passanten om mee te doen. Iedere dag een nieuw kadootje in de vorm van een verblufte mevrouw in rolstoel, twee nieuwgierige kindjes in een deuropening, een nogal gezette vrouw die plaatsneemt op een amsterdammertje, de tatouagemeneer die luidkeels meezingt met andré hazes, een brommerjongen die persé zo hard mogelijk langs de tribune wil scheuren...
- een klein stukje leven op een plein wordt uitgelicht en vormgegeven. Indringend, subtiel, pijnlijk soms. In de coulissen - de rest van de wereld - is intussen de hel losgebroken. Het leven draait door.
- ik weet niet of het genre 'documentairetheater' al bestaat. Dit stuk is er in ieder geval het ultieme voorbeeld van. Of anders de theatervariant van 'docudrama'.
- meestal is goed locatietheater ook daadwerkelijk gebonden aan die ene plek. De Engel is een stuk waarvan ik heel benieuwd ben hoe het eruit gaat zien op een plaza in Madrid, een fabrieksterrein in Wallonië, op het strand bij Nice..
(Mitchke Leemans, trekkerchauffeuse)
De engel, de straat en het gelukBlood for Roses en Andreas Bachmair
Domweg gelukkig in Amsterdam-Noord
11 juli 2006 – Recensie door Moon Saris
Normaal gesproken is het nogal ergerniswekkend als mensen die er niets mee te maken hebben, zich in woord en beeld mengen in een locatievoorstelling. Maar voor Blood for Roses en Andreas Bachmair is het juist een zegen. Deze spontane bijdragen versterken de weergave van de kleurrijkheid en de levendigheid van Amsterdam-Noord, die centraal staan in hun ‘De engel, de straat en het geluk’.
Eén ding is zeker: dat bleke meisje met dat veertigerjarenjurkje en dat microfoontje op haar hoofd hoort bij het spel. Ze is onze ‘reisleidster’ door een stukje geschiedenis van de wijk en de wereld van vandaag rondom het Mosveld en Gentiaanplein. Ze begeleidt op gepaste afstand de toeschouwers, die op een rijdende tribune door de straten worden gereden. En is bovendien de dromerige brengster van positieve impulsen naar de buurtbewoners, die dat meestal best goed kunnen gebruiken.
Ook van andere karakters kun je – soms met een beetje moeite – wel zien dat ze met opzet langs de straat lopen of op een bankje zitten. Want het is best spannend in Amsterdam-Noord, maar meisjes die mooie woorden uit boeken en ander drukwerk knippen, oma’s die met een gettoblaster op de schouder lopen te swingen, mannen die met een grote hortensia in de hand aria’s staan te zingen en vrouwen die midden op het plein een solo-kussengevecht houden, nou nee, dat komt zelfs hier niet alle dagen voor.
Maar de man met het traytje bier, de vrouw die worstjes barbecuet en de jongetjes die ze jatten, de zwangere dame die een meloen eet, het meisje dat haar hele hebben en houden rondsjouwt, de puber die een André Hazes-nummer ten gehore brengt; ze zouden hier best op enig moment rond kunnen wandelen. Net als de dronken man die roept dat we op moeten donderen, de opvallende vrouw op de invalidenscooter, de Noord-Afrikaan die schreeuwend vraagt of hij een foto krijgt en de mannekes die voortdurend de aandacht lopen te trekken. Wie van hen ook daadwerkelijk op de rolverdeling staan, is niet honderd procent duidelijk.
Een knappe prestatie om de pottenkijkers op de wagen zo op het verkeerde been te zetten met voornamelijk amateur-acteurs die goeddeels ook echt in de directe omgeving van het tijdelijk tot speelplek omgebouwde speeltuintje wonen. En die voor een behoorlijk deel hun eigen verhaal of daarop geïnspireerde dromen en fantasieën met het publiek delen. In eerste instantie soms een beetje treurig, cynisch of negatief, maar later vaak wat vrolijker, wat milder, wat optimistischer gestemd door een troostend gebaar van het bleke meisje, de engel uit de titel. Niet altijd even natuurlijk gespeeld, maar in de meeste gevallen toch behoorlijk geloofwaardig en uit het leven gegrepen.
Her en der zijn de scènes wat abstract, wat metaforisch. Of alle kijkers en misschien zelfs alle spelers honderd procent begrijpen wat het allemaal inhoudt, is enigszins de vraag – een beetje ‘apart’ is het voor sommigen vast. Maar al met al is het een oprechte en aansprekende schets van een kleurrijke wijk in al z’n levendige facetten. Hopelijk zullen er vaker voorstellingen als deze te zien zijn en vooral ook vaker feestjes worden gevierd zoals die aan het sprankelende slot. Zodat meer mensen in de wijk hun dromen bewaarheid zien en een moment van geluk kunnen delen met de mensen in hun directe omgeving.
Zondag 9 juli 8weekly
De engel, de straat en het geluk - Blood for Roses en Andreas Bachmair
In De engel, de straat en het geluk draait alles om de geluksmomenten van bewoners in Amsterdam-Noord. Een speciale en ontroerende productie omdat het grotendeels wordt gespeeld door de echte bewoners. Het is een schitterende weergave van de meltingpot Amsterdam-Noord met al z'n verschillende culturen, generaties en toekomstdromen.
Het publiek zit op een rijdende tribune die stapvoets van de markt Mosveld vertrekt en dicht langs de huizen van het Genitiaanplein rijdt. Een actrice die een engel vertolkt, vertelt ondertussen over de geschiedenis van Amsterdam-Noord. Helaas ging de microfoon stuk, waardoor er niets meer van haar verhaal was te verstaan. Maar, ook zonder engel werd het een bijzondere voorstelling.
De bewoners delen hun kleine en grote geluksmomenten. Een hoogbejaarde dame swingt als een tiener op housemuziek, een meisje knipt mooie woorden uit boeken, een ras-Amsterdamse bakt worstjes op de stoep, een punkmeisje showt haar foto's, een voetballer rapt, een hoogzwangere vrouw snijdt meloen, een man met bloemen moppert en een Surinaamse vrouw slentert met haar dochtertje. Telkens vraag je je af: is dit toeval of in scène gezet? Die hoogblonde vrouw die steeds voorbij rijdt op haar scootmobiel bijvoorbeeld, of die norse Arabische man die "Niet goed!" roept naar twee schoffies. Het veroorzaakt een prachtige dromerige verwarring.
Het verhaal ontspringt in een bijzondere climax als de sjokkende Surinaamse vrouw over haar geluksmoment vertelt. "Er waren pannenkoeken en het sneeuwde. Er kwam water uit de bomen en alles trilde." Ze besluit haar droom te laten zien. Het plein wordt wit en haar fantasie werkelijkheid terwijl de buurman met bloemen een prachtige opera zingt en buren dansmariekes worden. Dan rijdt de tribune naar een buurtjochie dat een smartlap zingt en eindigt deze apocalyptische voorstelling. Daarna krijg je de kans om met alle spelers en bewoners een drankje te nuttigen en ze persoonlijk te complimenteren met hun voortreffelijke performance. Een voorstelling die je niet alleen geluk, maar ook heel veel kippenvel bezorgt. (Diana van der Sluis)
Over het IJ Festival: ‘Paradiso, stad van de toekomst’, ‘De engel, de straat en het geluk’
op 28 augustus 2006 om 18:38 uur
tags: ervaringstheater, festival, jeugdtheater, max, over het ij
... Hoe je openheid wél kunt bereiken tonen de regisseurs Andreas Bachmair en Anne Rooschüz met de voorstelling De engel, de straat en het geluk die ze maakten met bewoners van de Gentiaanpleinbuurt in Amsterdam Noord. Het publiek zit op een rijdende tribune die door de straten wordt getrokken, langs de acteurs/bewoners die planten verplaatsen, worstjes braden op een barbecue of meezingen met hun iPod. Een jonge vrouw loopt met ons mee en vertelt welke dromen en verhalen ze hebben.
Langzamerhand kom je erachter dat het publiek net zoveel bekijks trekt van buurtbewoners en verbijsterde voorbijgangers als de voorstelling. Aan het eind wordt de tribune midden in de wijk geparkeerd en kunnen de toeschouwers samen met acteurs en de buurtbewoners een biertje drinken. Het is een buitengewoon interessante vorm van community theatre die Over het IJ hier presenteert, waarmee het festival een geslaagde verbinding maakt tussen de bewoners, het industriële erfgoed van de NDSM, en de culturele voorhoede van de stad, die zich begint te nestelen rond de IJ-kantine.
Over het IJ Festival. Paradiso, stad van de toekomst van Theatergroep Max., De engel, de straat en het geluk van Blood for Roses/Andreas Bachmair, Zeecontainerprogramma. Gezien 8/7/06, het Over het IJ Festival duurt nog t/m 16/7. Meer informatie op www.overhetij.nl
VERSLAG DE ENGEL, DE STRAAT EN HET GELUK
Na tien voorstellingen van ons community-art-project De engel, de straat en het geluk in de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord tijdens het Festival Over het IJ (6 t/m 16 juli 2006), zijn we blij om u te kunnen vertellen dat het een succes was - voor de spelers, de buurt en daardoor natuurlijk ook voor ons, de regisseurs. Iedere avond werd voor een uitverkochte tribune gespeeld en er liepen zelfs mensen achter de tribune mee. Op dag drie beseften we dat er voor dat officieuze publiek een naar buiten gerichte speaker moest komen, want we wilden zo veel mogelijk mensen bereiken. Bij dit verslag vindt u de in Het Parool en op internet verschenen recensies.
Community-art
Voorbereiding
De voorbereiding voor een dergelijk project vergt veel tijd. Omdat de subsidie-uitslag pas laat bekend werd, moesten wij tot met mei (toen konden we pas een productieleider betalen) al het productionele werk zelf doen. We waren het eerste project van Festival over het IJ dat deze buurt in Noord introk en merkten dan ook dat weinig mensen met het festival bekend waren. Contacten moesten gelegd worden. Kansweb, de organisatie voor vrije tijd in Noord, hielp ons verder met een introductie bij Ons Huis, het buurthuis in de Van de Pekbuurt, waar we in contact kwamen met geëngageerde buurtbewoners en met Jacob Nielen, sociale buurtbeheerder van Ymere. Hij in het bijzonder hielp ons vanaf het begin met ruimte en stond open voor alle vragen. We spraken met mensen van andere sociale organisaties en waren op buurtfeesten aanwezig. Helaas kregen we van het merendeel van de organisaties geen reactie of zelfs een gevoel van ongewenste concurrentie.
Het werven van spelers
De reacties op onze zoektocht naar spelers waren in het begin weinig en traag. Na 1500 flyers in de brievenbussen van de Van der Pekbuurt, affiches in de bibliotheek, in cafés, wasserettes etc., en een artikel in ‘Echo Noord’, verschenen op de twee aangekondigde informatieavonden in totaal zes personen. We begrepen dat mond-tot-mond-reclame het beste zou werken, maar ook veel tijd zou kosten. Omdat we buurtgericht wilden werken, hebben we tot op het laatst alleen mensen uit de Van der Pekbuurt toegelaten. Op het moment dat de repetities van start gingen, hadden we niet één man, en we besloten om onze grenzen open te stellen. Uiteindelijk omvatte onze groep 14 spelers, waarvan 11 daadwerkelijk in de voorstelling zouden optreden.
Optimaal was het geweest om al vóór het repetitieproces de tribune rijklaar te hebben: voor reclameredenen en voor het werven van spelers door ermee door de buurt te rijden. Buurtbewoners begrepen niet waar het over ging, ook al legde je het uit. Ze moeten kunnen zien om te begrijpen. Hun wereld is televisie, met theater associëren ze hoogstens een zaaltje en klassiek repertoire. Wat wij wilden maken, snapten ze niet.
Medewerking van de buurt
Vanaf het begin van de repetities op het plein (begin juni) waren de medewerking en steun van de bewoners groter dan we na onze startproblemen hadden durven dromen. Ons project werkte op verschillende niveaus, met verschillende groepen die het project uiteindelijk droegen en er gestalte aan gaven. Groep 1 was de spelers die de hele proces hebben meegemaakt, groep 2 kwam er later bij: mensen uit de buurt die kleinere rollen speelden. Groep 3 was de grootste groep: mensen uit de buurt die bijna dagelijks opdoken, meehielpen of alleen kwamen kijken of bijpraten: de familie van Joss, Marokkaanse kinderen, mevrouw Blok...
Na verloop van tijd voelden ze zich medeverantwoordelijk. Daardoor hoefden we niet alle problemen zelf op te lossen, want er ontstond opeens een soort buurtcontrole. De moeder van 7-jarige Demian kalmeerde haar buurvrouw die klaagde omdat de veren uit onze voorstelling iedere avond opnieuw met de wind haar huiskamer binnen woeien. Ook nam ze op een avond een vergeten decorstuk mee naar huis en bracht het de volgende dag naar andere buren (omdat ze niet thuis zou zijn) die het weer aan ons teruggaven tijdens de decoropbouw.
Na de klacht over de veren kochten we een stofzuiger. Drie Marokkaanse jongens die iedere avond over het plein fietsten, namen de taak op zich en stofzuigden het hele plein.
Na de eerste doorloop waar een glas kapotviel en we geen bezem bij de hand hadden, kwam de vader van Mahmut met stoffer en blik en stond erop om de scherven op te ruimen.
Andreas raapte voor iedere voorstelling de hondenpoep op, die op de grasveldjes lag waar onze spelers optraden, en had het gevoel dat er na een tijdje geen hond meer poepte. Lieten de mensen hun hond ergens anders uit om het hier schoon te houden?
Tegenslagen
-hangjongeren
Tijdens onze eerste doorloop hadden we erg veel last van een groep hangjongeren die het ons bijna onmogelijk maakte om door te gaan. Ze dreigden onze zwangere speelster in de buik te trappen om te kijken of ze wel echt zwanger was. Na dit voorval wist Lode van Piggelen door een vergelijkbare ervaring bij Huis a/d Werf in Utrecht alleen één antwoord: brede jongens van de sportschool inhuren, ook waren ze niet in de begroting opgenomen (een duidelijk geval van onvoorzien). Van storende hangjongeren hebben we geen last meer gehad. Het positieve effect van het incident was dat we met onze groep spelers een open gesprek hadden over hoe het ging, waar we stonden en hoe we wilden doorgaan. Niemand bleek van plan te zijn om uit te stappen. In die zin heeft het incident de groep zelfs sterker gemaakt.
-de tribune
Het idee was om midden mei een testronde met de tribune te rijden. Op 28 juni bleek dat de tribune het gewicht van 50 mensen niet kon dragen. Na lange discussies werd duidelijk dat er maar twee oplossingen waren: het publiek moest lopen of er moest een tweede tribune worden gebouwd. We zagen het als noodzakelijk voor deze voorstelling om het publiek rijdend te transporteren en besloten om onder leiding van Mitchke Leemans (onze chauffeur van de tribune en voormalige productieleider van Trucker’s Diamond) binnen twee dagen een tribune op een trailer van een vrachtwagen te bouwen. Deze noodgreep vergde een paar aanpassingen in het script, maar pakte goed uit.
-de engel
Onze enige professionele speler, de engel, belde op 19 juni (de maandag na de vervelende doorloop) met de mededeling dat hij niet meer mee deed. Na een aanval van paniek maar ook met het gevoel dat deze voorstelling iets bijzonders werd, gingen we twee dagen lang met al onze energie op zoek naar een nieuwe engel. Het werd Barbara Gene. We zijn heel blij dat er op een ongelukkig moment een gemotiveerd persoon in onze groep kwam en dat we samen met nieuwe energie verder konden werken. Waarom Jaap ten Holt weg is gegaan, bleef vaag. Hij noemde verschillende redenen.
-drie Marokkaanse jongens
De drie Marokkaanse jongens Yassir, Mohamed en Othman, die al op onze eerste informatieavond waren verschenen en mee wilden doen en met wie we twee keer per week repeteerden, moesten we een week voor de première wegsturen. Ze hadden na meerdere vervelende repetities contracten getekend over de manier waarop we wilden samenwerken, ze zouden per repetitie betaald krijgen, en toch verscheen dan weer die, dan weer de andere niet. We vonden hun presentatie en representatie als Marokkaan in deze buurt echter belangrijk voor het stuk. Achteraf gezien was het een fout om ze niet eerder weg te sturen. Bovendien stoorden ze de hele groep en dat was uiteindelijk, naast het door een van hen met poep besmeerde toilet, het doorslaggevende argument. Hun scènes werden door de 22-jarige Diego, oorspronkelijk hun rapdocent uit de Bijlmer, overgenomen. Hij maakte een passende rap voor de nieuwe tribune want het publiek moest zich letterlijk omdraaien (“sta op, bekijk het even van de andere kant”) en vulde ook andere momenten goed in.
Werkwijze
Interviews als eerste bron gebruiken, was een goede aanpak. Afhankelijk van het inspiratiegehalte van ieder interview kozen we er een of meerdere momenten uit. Herinneringen aan situaties, wensen, objecten en/of woorden als uitgangspunt nemend, begonnen we aan improvisaties voor scènes. Dit ontwikkelden we eerst in solo-, later in duo-repetities verder. Deze persoonlijke manier van werken was soms heel vruchtbaar en soms minder, maar uiteindelijk waren we heel tevreden over de uitkomst. Iedere dinsdagavond gaven we voor het grootste gedeelte van onze spelers een workshop over de basisvaardigheden die wij voor dit stuk nodig vonden. Het ging er voornamelijk over om niet te acteren maar om te durven jezelf te zijn, je spel en dat van anderen serieus te nemen, erop te vertrouwen dat het interessant en/of mooi is wat je doet en te begrijpen dat weinig vaak meer betekent.
Het project bood de spelers een bepaalde vrijheid. We brachten ze basisspelvaardigheden bij en gaven ze tegelijkertijd een eigen verantwoordelijkheid voor het ontstaan van het stuk. Bij het maken van scènes hadden ze inspraak en daar hebben ze ook gebruik van gemaakt: Rob vond de muziek bij zijn scène bijvoorbeeld niet mooi en stelde iets anders voor. Samen gingen we op zoek naar de juiste muziek.
Na het dreigement aan het adres van onze zwangere speelster Mechteline stelden we haar vrij om in geval van onbehagen haar scène niet te spelen maar gewoon door te lopen. Door deze vrijheid voelde ze zich veiliger en uiteindelijk heeft ze iedere dag (ook door de aanwezigheid van de bodyguards) haar scène wel gespeeld.
De voorstellingen
Iedere avond was de voorstelling anders. De straten rond het Gentiaanplein werden grotendeels bewaakt door vrijwilligers van het festival, maar ze hadden de aanwijzing gekregen om bewoners door te laten lopen, niemand tegen te houden (als ze maar niet in een grote groep optraden of vervelend veel lawaai maakten). Bewoners die naar huis wilden, mochten door het beeld lopen, iedereen mocht naast de tribune meekijken als ze maar niet stoorden. Het aantal kinderen werd met de dag groter. Anne was de ‘cuemaster’ en liep langs de tribune mee om tekens aan de spelers te geven. Ze kon per avond improviseren en kinderen mee laten spelen als ze dit graag wilden (het ging voornamelijk over genoeg waterbommen en worsten op de BBQ).
De hoeken rond het plein waar straten naar het plein liepen werden iedere avond door andere toeschouwers bezocht: sommige kwamen om te kijken, andere deden mee, zoals bij de bank waar onze 76-jarige Jannie een zittend dansje op popmuziek presenteerde: soms dansten wel tien andere mensen mee. Het publiek wist natuurlijk niet te onderscheiden tussen geënsceneerd en niet, en dat was bijzonder mooi aan deze voorstelling. Heel veel dingen mochten gebeuren zonder dat het stoorde, integendeel, meestal voegden de bijkomende mensen iets toe. Iets wat, als het geregisseerd was geweest, nooit zo had kunnen werken. In gedachten hadden we met onverwacht publiek gespeeld maar toch waren we verrast over hoe goed het werkte.
Conclusie
We hebben een kader geschapen voor een project waar het excuus “de amateurs konden niet beter” niet geldig was. Er is een professioneel kunstproject ontstaan, onafhankelijk van de ervaring van de spelers. We hebben het scènemateriaal dicht bij henzelf gehouden waardoor ze de kans kregen om zich in het gegeven vrij te bewegen. Vaak kregen we van het publiek te horen: “wie was nou eigenlijk de professional, wie de amateur?” Dat beschouwen we als een compliment. We hebben met degenen die mee wilden spelen hard en gedisciplineerd gewerkt, terwijl het plezier tijdens het proces altijd voorop stond. Al in onze subsidie-aanvraag lag de klemtoon op het proces en niet op het resultaat. Natuurlijk is het succes van de speldagen niet te onderschatten, maar de gebeurtenissen tijdens de eindrepetitiefase op het plein zijn misschien een blijvender herinnering dan het stuk op zich.
Wij hebben geleerd dat voor een community-art-project van deze omvang meer tijd voor het hele proces nodig is, voornamelijk voor de voorbereiding, dat wil zeggen vroeger beginnen met een groter productieteam. Als de voorstelling van een technische vondst afhankelijk is, zoals in ons geval de rijdende tribune, dan moet die voor het begin van de repetitieperiode af en in orde zijn. Dat zou bij moeilijkheden tijdens het testen meer tijd geven voor reparaties en aanpassingen, en buurtbewoners makkelijker duidelijk maken waar het over gaat (onder meer met het oog op de werving van spelers).
Verder lijkt de herfst ons sowieso een betere tijd om op zoek te gaan naar mensen want in de winter (toen wij op zoek gingen in de buurt) is niemand graag buiten. Het zou makkelijker zijn om in gesprek te komen bij mooier weer en hogere temperaturen, denken wij.
De samenwerking met de kostuum-/decordesigner en de tekstschrijver leidde onder de tijdsdruk. Gelukkig kwam het goed door hun inzet en hun goede band met de groep, maar er waren wel momenten van ontevredenheid over het gebrek aan communicatie met ons, omdat we te weinig tijd hadden om hen genoeg bij de ontwikkelingen te betrekken.
Om community-art nog verder te brengen dan we nu hebben gedaan, moten we bij een volgend project een antwoord vinden op de volgende vragen. Is het mogelijk om nog lokaler aanwezig te zijn, om het bestaande systeem meer te ondersteunen? Is bijvoorbeeld een lokale catering mogelijk? Kunnen we meer geld voor ‘onvoorzien’ calculeren aangezien iedere gejatte bal in feite een goede bestemming krijgt?
Wij zijn werktechnisch aan onze grenzen gekomen, en niet, zoals in bijna ieder theaterproces in de laatste twee weken maar in het gehele drie maanden durende proces (exclusief voorbereidingstijd). We hebben in drie maanden een project gerealiseerd waarvan we achteraf beseffen dat we er zes maanden voor nodig zou hebben gehad. We hebben niet alleen onszelf maar ook bijna alle medewerkers gesloopt (behalve de spelers hopelijk). Het is mooi dat het project geslaagd is maar het kostte te veel energie in een te korte tijd.
Artistieke kwaliteit gaat op een bepaalde manier verloren bij het werken met amateurs. Eigen wensen en ideeën als regisseur moet je leren terug te draaien of te verkleinen. Het lijkt ons voor onze artistieke visie en scherpte nodig om niet alleen stukken met amateurs te maken. Professionals zorgen voor meer input. Dit bevordert een ander werkproces dat wij als regisseur ook nodig hebben om over ons eigen werk op een andere manier te kunnen nadenken. Hiermee willen we zeggen dat we veel van dit project hebben geleerd, maar ons toekomstige werk niet uitsluitend met amateurs zien.
Tenslotte willen we iedereen bedanken die ons gesteund heeft. Het is een uniek project geworden. We zijn van plan om het concept verder te bewerken om het misschien in andere gebieden of landen nog een keer te verwezenlijken.

